Haal Cruijff erbij, en je zit gebeiteld. Dat geldt voor televisieprogramma’s maar zeker ook voor managementboeken. Pak een boek over leiderschap, Cruijff aan het woord. Coaching? Ja, Cruijff was ooit ook coach. Conflictmanagement? Haal Cruijff en je hebt een conflict om te managen. Filosofie? Een open deur. Wie begrijpt wat Cruijff bedoelt, is rijp voor een eredoctoraat Filosofie aan de Universiteit van Zeist. In zijn eentje heeft Cruijff voor iets nieuws gezorgd: fenomeen management! Een tijdje geleden heb ik daar al eens en column over geschreven die nog niets aan actualiteitswaarde heeft verloren.
De meeste, zo niet bijna alle, managementboeken zweren bij voorbeelden. ‘Cases’ in goed jargon. Vaak gaat het om een ‘case’ die is gepraktiseerd door de auteur van het betreffende boek waarvan dan de resultaten worden geëxtrapoleerd naar een algemeen geldende theorie. Uiteraard gaat het altijd om, wederom in jargon, ‘succes stories’. Waarbij natuurlijk de bedoeling is dat de lezer, in PR-jargon, een ‘awareness’ heeft gekregen richting auteur die dat succes toch maar mooi heeft bewerkstelligd. En zo verschijnt boek na boek, gevuld met de meest exotische recepten om vooral toch maar…. Vul maar in: ‘klantvriendelijk te opereren’, ‘efficiënt te opereren’, ‘nieuwe markten te kunnen ontdekken’, ‘beter te communiceren’, of ‘de perfecte strategie te kunnen formuleren’.
Een nichemarkt binnen dit panoramisch ‘lecturama’ is wat ik maar even noem ‘fenomeen management’. Dat wil zeggen: wat kunnen we leren van de daden of ideeën van de groten der aarde. De onaantastbare mannen aan de top. The Untouchables. Die Macher. The Men in Black. Hoe kregen zijn het voor elkaar dat organisaties opeens bovenmaats gingen presteren? Wat was hun geheim? Hoe deden ze het?
Tot nu toe moesten we ons behelpen met vooral buitenlands managementgedachtegoed, waarbij ‘neutron’ Jack Welch het meest prominent in beeld kwam. In Nederland moesten we het tot nog toe doen met Marcel Metze over Philips: Kortsluiting en het recente Ze zullen weten wie ze voor zich hebben, de biografie over Anton Philips. Al langer beschikbaar is het zeer onderbouwde De aartsvaders van Wim Wennekes. Van recenter datum is het onthutsende Het drama Ahold van Jeroen Smit. En natuurlijk de biografie van Frits Fentener van Vlissingen van de hand van Arie van der Zwan: Hij overwon iedereen op een vrouw na.
Pieter Winsemius breekt in zijn boek Je gaat het pas zien als je het doorhebt met deze traditie: niks over de grens, geen kritische woorden, ook geen diepgravend onderzoek, maar een perfecte ‘succes story’, van ook nog eens Nederlandse bodem. Kortom: de geheimen van de uitvinder van het voetbal: Johan Cruijff. Winsemius vertaalt Cruijff’s succesvolle voetballessen naar een soort ‘how-to-guide’ voor managers. Met als groter doel blijkbaar een aansporing tot anders managen. Johan Cruijff dus als rolmodel voor oude én nieuwe managers.
De opzet van het boek is simpel. Winsemius stelt Cruijff een simpele vraag, en uit de daaropvolgende woordenvloed componeert hij antwoorden die als bruggetje naar management leiden. Bijvoorbeeld: stel je hebt zestien goede spelers, heb je dan ook een goed team? Antwoord: nee, want het gaat om het evenwicht. De voetballers die de fouten van de prima donna’s corrigeren, zijn minstens zo belangrijk als de prima donna’s zelf. Eigenlijk belangrijker, want zij zorgen ervoor dát er fouten gemaakt kunnen worden. Of: je hebt een goeddraaiend team, heb je dan wel een coach nodig? Antwoord: ja, want elf spelers betekent elf meningen, en dat leidt tot niets. Er moet een baas zijn die beslist. Die de onderlinge verhoudingen ‘managet’. Je kunt hier natuurlijk zelf gemakkelijk de managementlessen uit trekken. En zo passeren talloze grotere en kleinere voetbalweetjes voorbij die telkens een managementinvulling krijgen, of resulteren in algemene tips & trucs. Behoud focus! Concentreer je op je kerntaken! Verhoog de snelheid van handelen! Stimuleer vertrouwen! Bevorder teamwerk!
Maar één vraag blijft onbeantwoord: wat is nou de meerwaarde van deze hagiografie over Cruijff voor de gemiddelde manager? Dat antwoord geef ik dan maar: nauwelijks. Wie iets wil lezen over het fenomeen Cruijff, vindt in dit boek voldoende van zijn gading. Wie wil weten waarom ‘we’ in 1974 hebben verloren, vindt een antwoord, zij het toch weinig te verteren (‘We waren beter, alleen vergaten wet te scoren. Wij Nederlanders zijn al snel tevreden, voor ons was de finale al een hoogtepunt’. Een ‘statement’ dat direct door Winsemius wordt gebruikt als bruggetje om de lamlendigheid bij overheid en bedrijfsleven even aan te pakken: ‘We horen te vaak “we hebben net niet gescoord”. Kijk dan even in de spiegel: We zijn beter maar missen nog slechts dat ene dingetje’, kortom: er is geen natuurwet die zegt dat je verliest van de Duitsers, dus……’). En natuurlijk krijgen we een goed inzicht in de logica die Cruijff zo eigen is, zodat we zijn analyses op televisie eindelijk begrijpen.
Voor wijze managementlessen kun je toch beter andere boeken pakken. Want dit boek gaat in essentie over Cruijff, en over de bewondering die Winsemius heeft voor deze Nederlandse legende. Over Cruijff, Ajax, voetbal, en alles wat daar mee te maken heeft, hoe obscuur ook. Zoals het verhaal van Piet Keizer die telkens strandde met zijn Solex als gevolg van een lege tank, omdat “die garnaal uit Betondorp’ dat vehikel had ongevraagd gebruikt voor eigen doeleinden.
Hans Peter Roel, vice-president ABN AMRO, verwoordt het in Intermediair als volgt: ‘Het tekent het managementniveau in Nederland dat Johan Cruijff als de verlosser wordt binnengehaald. Niets ten nadele van Cruijff zelf, hem past diep respect. Maar zijn uitspraken zijn niets meer universele waarheden, waarheden die het niveau niet ontstijgen van de uitspraken die ik op mijn achtjarig zoontje loslaat wanneer ik hem iets over het leven leer. Inderdaad, elk nadeel heb zijn voordeel, als je een goal meer maakt dan de tegenstander, win je, en ook moet er vaak iets gebeuren voordat er wat gebeurt.’
Het probleem is dat je appels niet met peren kunt vergelijken. Net zomin als een goede verkoper per definitie een goede verkoopmanager is, is het mogelijk om typische voetbalwetten in organisaties te gaan toepassen. En als dat wel kan, dan gaat het inderdaad om universele waarheden die ook omgekeerd werken. Menig manager weet dat er eerst iets moet gebeuren voordat er iets gebeurt. En een bedrijf dat meer verkoopt dan de concurrent, heeft inderdaad een betere marktpositie.
Neem een bekende typische voetbalwet die stelt dat de ploeg die met een man minder verder moet, veelal toch wint. Dat komt, zegt Cruijff, omdat het tiental een stap harder gaat lopen, en het elftal juist een stap terug doet. Betekent dit, in managementjargon, dat organisaties er wat mensen uit moeten zetten, zodat de rest harder gaat werken? Je gaat het inderdaad pas zíen als je het dóór hebt! Dit boek combineert hype met marketing. Wellicht een nieuw type ‘succes story’.
De leergierige manager die zich na drie amusante leesuurtjes afvraagt wat hij nou eigenlijk geleerd heeft over management, hoeft niet driftig te gaan bladeren op zoek naar antwoorden. En de manager die wél de nodige inspiratie heeft opgedaan, maar níet begrijpt hoe dat nu te vertalen naar zijn functioneren, hoeft ook niet te wanhopen. Het boek gaat namelijk over voetbal, en niet over management. Wat specifieker: over de visie van Cruijff op voetbal. Dus, in de woorden van de maestro zelf: ‘Als ik zou willen dat je het begreep, zou ik het wel beter hebben uitgelegd.’
Pieter Winsemius, Je gaat het pas zien als je het doorhebt, Balans 2005.